Trillingsmeter

Trillingsonderzoek

Trillingen zijn alomtegenwoordig. Met industrieterreinen, weg- en railverkeerswegen en bouwlocaties vaak dicht bij gevoelige bestemmingen. Een trillingsonderzoek is dan vaak de enige manier om schade, hinder en/of slecht functioneren te voorkomen.

Bij een trillingsonderzoek wordt bepaald wat het frequentie afhankelijk (gewogen) trillingsniveau is van installaties of constructies. Hieruit blijkt of overschrijding van de richt- of grenswaarden optreedt. En of trillingsbeperkende maatregelen noodzakelijk zijn.

Conform de SBR Richtlijn A “Schade aan bouwwerken: 2017” wordt een projectplan opgesteld met daarin de volgende aspecten:

  • Inzicht in de kans op schade bij overschrijding van de grenswaarden;
  • Evaluatie van de grenswaarde voor trillingsgevoelige funderingen;
  • De rol van initiële spanningen en de bouwkundige staat.

Inzicht in de optredende waarden voor Vtop en de kans dat er schade optreedt, is van belang voor betrokken partijen om de risico’s in te schatten als de grenswaarden uit de richtlijn worden overschreden. Deze inschatting is van belang voor zowel de veroorzaker van de trillingen, eventuele verzekeraars en voor de eigenaar van het bouwwerk dat aan de trillingen blootstaat. Het inzicht kan als beste door specifieke trillingsmetingen met specialistische apparatuur worden verkregen of eventueel middels een prognose.

De richtlijn geeft een nieuwe definitie van de grenswaarde voor trillingsgevoelige funderingen; genuanceerde criteria worden gehanteerd om onderscheid te maken tussen al dan niet trillingsgevoelige constructies. Een checklist voor de bepaling van de bouwkundige staat wordt gebruikt om de rol van initiële spanningen te kunnen beoordelen.

Met de aanpak volgens de SBR Richtlijn A zal de beoordeling van trillingen in verband met schade aan gebouwen helder worden neergezet en met, in het belang van alle partijen, een objectieve beoordeling.

Bestemmingsplannen maken trillingsbronnen mogelijk maar ook gevoelige functies. Er moet sprake zijn van een aanvaardbaar leefklimaat. Conform Afdeling 2.9 van het Activiteitenbesluit milieubeheer of paragraaf 6.3.4 uit de Handreiking Industrielawaai en Vergunningverlening worden hinderlijke trillingen beoordeeld conform de systematiek van de SBR B richtlijn “Hinder voor personen in gebouwen”.

In de SBR B richtlijn worden streefwaarden gegeven die van toepassing zijn voor alle trillingsbronnen. De streefwaarden zijn afhankelijk van het type trillingsbron, de bestemming, de locatie en van nieuwe of bestaande situaties. De beoordeling vindt verder plaats op 3 niveaus. Inzicht kan als beste door specifieke trillingsmetingen met specialistische apparatuur worden verkregen of eventueel middels een prognose.

Objectieve keuzes worden op basis van technisch heldere uiteenzettingen omschreven. Bij overschrijding van de streefwaarden kunnen alle aspecten worden belicht teneinde betrokken partijen te adviseren inzake een (toekomstig) aanvaardbaar leefklimaat.

Trillingen kunnen frequentieafhankelijk storing veroorzaken aan apparatuur. In de SBR C richtlijn is de meetsystematiek uiteengezet. De vertaling naar de praktijk wordt deskundig geïnitieerd en uitgevoerd. Inzicht kan als beste door specifieke trillingsmetingen met specialistische apparatuur worden verkregen of eventueel middels een prognose. De leverancier van de apparatuur heeft vaak toegestane specificaties waaraan de meetresultaten getoetst worden. Eventueel zijn kengetallen hiertoe aanwezig. Bij een gemeten of geprognosticeerde overschrijding kunnen effectieve trillingsreducerende maatregelen worden voorgesteld.

Trillingen en arbeidsomstandigheden

Metingen en berekeningen van lichaamstrillingen en hand-armtrillingen worden uitgevoerd conform richtlijn nr. 2002/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002 betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico’s van fysische agentia (trillingen) (PbEG L 177). In het Nederlands Arbobesluit (hoofdstuk 6, afd. 3a) zijn de bepalingen uit de Europese richtlijn ‘trillingen’ overgenomen. De specifieke trillingsmetingen worden uitgevoerd met specialistische apparatuur en worden te allen tijde omgerekend naar een 8-urige dagdosis op basis van logaritmische weging.

De gevolgen van een hoge blootstelling aan lichaamstrillingen zijn bijvoorbeeld rugklachten of rugletsel. Dit kan voorkomen bij bijvoorbeeld heftruckchauffeurs, in sorteercabine’s en bij trilgoten. De grenswaarden voor lichaamstrillingen gelden voor een dagdosis. Voor lichaamstrillingen (whole body vibration) is de blootstelling grenswaarde 1,15 m/s² en de actie grenswaarde 0,5 m/s².

Bij lange blootstelling aan te hoge hand-armtrillingen ontstaat bijvoorbeeld schade aan zenuwen en bloedvaten. Dit leidt op den duur tot bijvoorbeeld verlies van fijne motoriek, overgevoeligheid voor kou en reumatische verschijnselen. Dit kan voorkomen bij trillend handgereedschap zoals bijvoorbeeld bij slijptollen, spuitlansen en zaagmachines. Voor hand- armtrillingen is de blootstelling grenswaarde 5 m/s² en de actie grenswaarde 2,5 m/s².

Bij geconstateerde overschrijding kunnen effectieve trillingsreducerende maatregelen worden voorgesteld.

Machinetrillingen

Trillingen van mechanische installaties dienen vaak bij oplevering gemeten te worden of in het kader van een levensduurverwachting. De trillingsmetingen worden met specialistische apparatuur uitgevoerd conform de ISO 10816 standaarden. De locatie van de meetpunten is dienovereenkomstig en per installatie verschillend.

De leverancier van de installatie geeft vaak het toelaatbaar trillingsniveau aan in Vrms of er wordt verwezen naar de reguliere standaarden, bijvoorbeeld ISO 10816-3.

Bij geconstateerde overschrijding zal nader onderzoek plaatsvinden middels frequentie analyse in relatie tot de aanstootmechanismen. Nader overleg dient plaats te vinden van waaruit effectieve maatregelen worden voorgesteld.

Bent u benieuwd naar de mogelijkheden?

Bent u geïnteresseerd in wat wij voor u kunnen betekenen. Neemt u dan gerust contact op met één van onze adviseurs binnen het werkveld Milieu. Ook kunt u verder kijken bij onze thema’s, werkvelden of onze referentieprojecten.

Uw contactpersoon

Ing. C.H.J. (Carlo) van den Broek
Cluster Coördinator Milieu

BENIEUWD NAAR DE MOGELIJKHEDEN?

Wij gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website voor de bezoeker beter werkt.